Deze bijdrage geeft aan de hand van 5 vragen een overzicht van hoe je al deze instrumenten toepast en wie voorrang heeft of krijgt.
Wat is de verhouding tussen een stedenbouwkundige verordening en een RUP?
Op hetzelfde bestuursniveau hebben de voorschriften van een RUP voorrang op de voorschriften van een stedenbouwkundige verordening.
De voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen heffen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de bepalingen van de bestaande stedenbouwkundige verordeningen die daar strijdig mee zijn, van rechtswege op (artikel. 2.3.3 VCRO).
Een RUP heeft dus voorrang op de algemene regels van een stedenbouwkundige verordening (RvVb 11 januari 2024, nr. A-2324-0341 en RvVb 2 december 2021,nr. A-2122-0253). Dit betekent dat een stedenbouwkundige verordening niet kan verbieden wat een RUP duidelijk toelaat. Of vice versa (RvS 22 september 2017 nr. 239.188).
Een stedenbouwkundige verordening kan volgens de rechtspraak wel aanvullend of verfijnend zijn. Zo kan zij een minimumnorm uit een RUP verstrengen (RvVb 16 janurari 2018,nr. A/1718/0461).
Heeft een ruimtelijk uitvoeringsplan invloed op een plan van aanleg?
Ja, de voorschriften van de plannen van aanleg behouden hun verordenende kracht tot zij worden vervangen, herzien of opgeheven door een ruimtelijk uitvoeringsplan.
De voorschriften van de ruimtelijke uitvoeringsplannen vervangen, voor het grondgebied waarop ze betrekking hebben, de voorschriften van de plannen van aanleg, tenzij het RUP het uitdrukkelijk anders bepaalt (artikel 7.4.5 VCRO).
Gelden verkavelingsvoorschriften nog wanneer ze strijdig zijn met latere stedenbouwkundige voorschriften?
Ja, stedenbouwkundige voorschriften heffen de daarmee onverenigbare bepalingen van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden niet op (artikel 4.2.18 VCRO).
Verkavelingsvoorschriften worden niet automatisch opgeheven door de inwerkingtreding van een daarmee onverenigbaar stedenbouwkundig voorschrift uit een BPA, RUP of een stedenbouwkundige verordening (artikel 4.2.18 VCRO en Parl.St. Vl.P. 2008-2009, nr. 2011/1, 115).
Het is wel mogelijk om een bestaande omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden uitdrukkelijk bij te stellen via een RUP (artikel 84 OVD) of op te heffen (artikel 97 OVD).
Voor aangelegenheden die niet in een verkavelingsvergunning zijn geregeld, zijn de voorschriften van het RUP wel van toepassing (RvVb 9 januari 2018, nr. 1718-0393).
Nuance: Deze plannen blijven zelf wel nog steeds bestaan. In geval van 15 jaar oude verkavelingen blijven de plannen relevant. De voorschriften van meer dan 15 jaar oude verkavelingen, die geen betrekking hebben op wegenis of openbaar groen zijn namelijk geen weigeringsgrond meer bij een daarmee onverenigbare vergunningsaanvraag (artikel 4.3.1 § 1 lid 1, 1° b) en c) VCRO). De vergunningverlenende overheid toetst de aanvraag dan aan de stedenbouwkundige voorschriften van het onderliggende bestemmingsplan.
Let op: tekst loopt door onder afbeelding.
Hoe verhouden de ruimtelijke beleidsplannen en de ruimtelijke uitvoeringsplannen zich ten opzichte van elkaar?
Ruimtelijke beleidsplannen (voorheen structuurplannen) staan hiërarchisch boven de ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP’s) en de bestaande algemene en bijzondere plannen van aanleg (APA’s en BPA’s). Toch heeft geen enkel onderdeel verordenende kracht (artikel 2.1.2 § 1 VCRO).
Bij het vaststellen of herzien van RUP’s is het niet mogelijk om af te wijken van het beleidskader (artikel 2.1.2 §3 VCRO). Hiervan kan de plannende overheid afwijken bij:
- onvoorziene ontwikkelingen van de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten
- dringende sociale, economische of budgettaire redenen.
Kan een GRUP of PRUP afwijken van een GewRUP?
Voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen van de drie niveaus geldt eveneens het principe van de hiërarchie van de normen. Een GewRUP dat na een PRUP of GRUP wordt opgemaakt, doet de rechtsgeldigheid van de ermee strijdige bepalingen verliezen (artikel 2.2.5 § 4 lid 1 VCRO). RUP’s en PRUP’s kunnen dus niet zomaar afwijken van een GewRUP. Het GewRUP zal de voorschriften die ermee strijdig zijn expliciet opsommen en opheffen (artikel 2.2.5 § 1, 7° VCRO).
Wel kan bij de opmaak van een GRUP worden afgeweken van de voorschriften van een PRUP of GewRUP indien de provincieraad/de Vlaamse Regering daarvoor instemming geeft (artikel 2.2.18 § 1 lid 3 en lid 4 VCRO).
Een GewRUP moet dan ook zo worden opgesteld dat er voldoende beleidsruimte (bv. gemeentelijke invulling voor ontwikkeling stadsgedeelten) is voor het GRUP of PRUP.
Meer informatie
Naast actuele wetgeving en rechtspraak vindt u in de online databank van Schulinck Omgevingsrecht ook heldere toelichting door ons team van juridisch experten. Ze vertalen complexe regels naar begrijpelijke uitleg, praktijkvoorbeelden en schema’s.
Schulinck AI-Desk helpt u aan een snel juridisch correct antwoord op uw vraag waardoor u nog efficiënter kan werken.