Het Verzameldecreet 2026 voorziet in aanpassingen in diverse materies: jachtregelgeving, omgevingsvergunning, grond- en pandenbeleid, planschade en planbaten. Bedoeling is om voormelde regelgeving duidelijker, transparanter en actueler te maken. De Commissie voor Leefmilieu, Natuur en Ruimtelijke Ordening nam op 9 juni 2026 het ontwerp aan en keurde het goed. Met een nakende stemming in de plenaire vergadering, ideale timing om even te staan bij de vernieuwingen. Deze bijdrage licht 3 topics toe specifiek voor wat betreft ruimtelijke ordening.

Terug van weggeweest: de bestuursdwang voor lasten

Eerder zagen we met het Instrumentendecreet de decreetgever afstappen van de figuur bestuursdwang om lasten af te dwingen. De praktijk gebruikte dit instrument namelijk erg weinig (Parl.St. Vl.Parl. 2019-20, nr. 194/7). In de plaats daarvan kwam een koppeling aan het verval van de vergunning en de verplichte waarborg bij lasten in natura.

Het inzicht schrijdt echter voort. Zo stelt de decreetgever inmiddels terecht vast dat de verplichte waarborg bij verkavelingen nodeloos bezwarend is. Bij kosteloze grondafstand moet de verkavelaar immers de volledige waarde waarborgen. Dat kan aanzienlijk oplopen bij de (grotere) verkaveling met substantiële grondafstand. Maar dergelijke uitgebreide voorfinanciering is weinig werkbaar, aldus de decreetgever (Parl.St. Vl.Parl. 2025-26, nr. 780/1, 82-83).

Daarom wijzigt het Verzameldecreet een aantal zaken. Enerzijds zal de financiële waarborg niet langer verplicht zijn voor verkavelingen. Anderzijds herintroduceert het Verzameldecreet de bestuursdwang. Zo zullen gemeentelijke overheden in de toekomst terug een stok achter de deur hebben om de opgelegde lasten te (laten) realiseren.

Let op: tekst loopt door onder afbeelding.

Schulinck AI-Desk Omgevingsrecht

Schulinck AI-Desk Omgevingsrecht is een AI-oplossing binnen de vertrouwde databank Schulinck Omgevingsrecht.

Rechtsonzekerheid wegwerken: de registratiebeslissing

Ook voor de registratiebeslissing trekt de regelgever misschien niet alle, maar wel de nodige registers open. Zo volgen er de correcties over de bekendmaking van registratiebeslissing.

Vroeger startte de beroepstermijn tegen een registratiebeslissing namelijk de dag na opname van een constructie in het vergunningenregister (oud artikel 4.8.11, § 2, 2°, b) VCRO). Maar het Grondwettelijk Hof vernietigde die bepaling in 2024 (GwH 19 oktober 2024, nr. 109/2024; Rechtspraak op vrijdag: Hof vernietigt beroepsbepaling registratiebeslissing). Het gevolg daarvan is dat de beroepstermijn voor een derde belanghebbende tegenwoordig pas start vanaf de feitelijke kennisname van de registratiebeslissing (RvVb 21 december 2023, nr. A-2324-0305).

Dat brengt behoorlijk wat rechtsonzekerheid met zich mee voor zij die hun constructie als vergund geacht zagen opgenomen in het vergunningenregister.

Een regeling over de bekendmaking remedieert hieraan. Voortaan zal een aanplakking van de registratiebeslissing op het terrein nodig zijn. Daarvoor zorgt de aanvrager, dan wel de gemeente bij een ambtshalve genomen registratiebeslissing. De beroepstermijn zal dan een aanvang nemen:

  • desgevallend de dag na de individuele kennisgeving van de registratiebeslissing,
  • en voor de andere gevallen: de dag na de eerste dag van de aanplakking van de registratiebeslissing

Registratiebeslissingen gevolgd door een definitieve, niet-vervallen omgevingsvergunning zullen niet meer aanvechtbaar zijn.

Deze regels veronderstellen evenwel dat de Vlaamse Regering een en ander uitwerkt over de modaliteiten van bekendmaking. Daarom treden de regels pas later in werking. Volgens de geamendeerde slotbepalingen zal de Vlaamse Regering binnen 6 maanden na publicatie in het Belgisch Staatsblad de inwerkingtreding vaststellen (amendement n° 30).

Binnenkort zal het vergunningverlenend bestuur terug ‘Ja, als…’ kunnen zeggen, bij projecten die beperkte planaanpassingen behoeven.

In eer hersteld: de beperkte planaanpassing

Tot slot nog een (intussen te oud) zeer waaraan het Verzameldecreet remedieert: de beperkte planaanpassing. Door niet al te pragmatische rechtspraak kan de overheid maar beperkte planaanpassingen ambtshalve opleggen als de aanvrager er zelf om verzoekt met een wijzigingsverzoek. Zie RvS 20 mei 2021, nr. 250.629. Het resultaat is vrij absurd. Waar vroeger een “Ja, als…” kon, klinkt nu steeds een “Neen” of een noodgedwongen, onhandig, minnelijk aansturen op een wijzigingsverzoek.

Na enig stilzitten vanwege de decreetgever, reikte het toekomstige Decreet Modulaire Procedure de oplossing aan. De nodeloze koppeling van de beperkte aanpassing met het wijzigingsverzoek in artikel 30 OVD zou verdwijnen. De decreetgever versnelt nu die oplossing. Hij onttrekt deze aanpassing aan het decreet Modulaire Procedure en haakt het aan het Verzameldecreet.

Binnenkort zal het vergunningverlenend bestuur dus terug “Ja, als…” kunnen zeggen bij projecten die beperkte planaanpassingen behoeven. Daarmee plukt het beleid terecht wat low hanging fruit om de vergunningverlening robuuster en efficiënter te maken.