De aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg vereist steeds een voorafgaande gemeenteraadsbeslissing (artikel 8 GWD en artikel 31 §1 OVD). Dit principe heeft ook gevolgen bij beroepsprocedures. Stel: de Vlaamse Regering vernietigt in eerste aanleg een gemeenteraadsbeslissing. Daarna neemt de gemeenteraad in administratief beroep een nieuwe beslissing volgens artikel 65 OVD. Staat er tegen deze nieuwe gemeenteraadsbeslissing nog een beroepsmogelijkheid open bij de Vlaamse Regering?

Gemeenteraadsbeslissing

In de volgende situaties beschikt de aanvrager in beroep niet (meer) over de vereiste gemeenteraadsbeslissing:

  • een volledig gebrek aan een gemeenteraadsbeslissing
  • een vernietiging van een gemeenteraadsbeslissing door de Vlaamse Regering

De vergunningverlenende overheid in beroep kan een omgevingsvergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg pas verlenen na een gemeenteraadsbeslissing (artikel 66 §6 lid 1 OVD).

Daarvoor roept de deputatie of de gouverneur, op verzoek van de deputatie, de gemeenteraad in graad van administratief beroep samen. Deze beslist dan alsnog (opnieuw) over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg (artikel 65 OVD, GwH 28 januari 2024, nr. 9/2024 en RvVb 18 april 2024, nr. A-2324-0634).

Let op: tekst loopt door onder afbeelding.

Schulinck Omgevingsrecht

In het complexe landschap van het omgevingsrecht biedt Schulinck Omgevingsrecht het overzicht dat u nodig heeft.

Geen 2 keer in beroep bij Vlaamse Regering

In een recent arrest moet de Raad zich uitspreken over de vraag of een tweede bestuurlijk beroep bij de Vlaamse Regering tegen een nieuwe gemeenteraadsbeslissing mogelijk is (RvVb 5 februari 2026, nr. A-2526-0475).

In eerste aanleg buigt de gemeenteraad zich over de zaak der wegen. Er volgt een vergunningsbeslissing door het college van burgemeester en schepenen. Tegen zowel de vergunningsbeslissing als de gemeenteraadsbeslissing wordt administratief beroep aangetekend.

De Vlaamse Regering vernietigt de gemeenteraadsbeslissing  en de gemeenteraad neemt dan ook volgens artikel 65 OVD een nieuwe beslissing over de zaak der wegen.

Tegen deze nieuwe beslissing volgt opnieuw een beroep bij de Vlaamse Regering. Deze verklaart het beroep echter onontvankelijk. Er staat namelijk geen bestuurlijk beroep meer open tegen een gemeenteraadsbeslissing genomen op basis van artikel 65 OVD.

De Raad bevestigt dat er geen beroep tegen de tweede gemeenteraadsbeslissing mogelijk is. Immers, er staat geen bestuurlijk beroep meer open tegen een gemeenteraadsbeslissing volgend uit artikel 65 OVD.

De deputatie verkeerde bovendien in de veronderstelling dat dit beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing de beslissingstermijn van het administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing zou opschorten. Aangezien het bestuurlijk beroep tegen de gemeenteraadsbeslissing niet mogelijk is, blijft deze termijn echter doorlopen. Het verstrijken van die termijn resulteert dan ook in een stilzwijgende weigering (artikel 66 §3 lid 2 OVD).

Deze stilzwijgende weigering herneemt de vergunningsbeslissing in eerste aanleg. De vergunningsbeslissing in eerste aanleg steunt echter alleen op de door de Vlaamse Regering vernietigde gemeenteraadsbeslissing.

De nieuwe gemeenteraadsbeslissing treedt hier ook niet in de plaats, vermits de vergunningsbeslissing in eerste aanleg hier niet naar verwijst. Deze gemeenteraadsbeslissing steunt bovendien op een nadien gewijzigde aanvraag. Bijgevolg blijkt er vandaag sprake van een onwettige beslissing.

Een beroep tegen dergelijke nieuwe gemeenteraadsbeslissing zorgt niet voor een opschorting van de beslissingstermijn in administratief beroep.

 

Conclusie

Een interessante uitspraak in het kader van beroepen tegen gemeenteraadsbeslissingen over gemeentewegen. Komt een nieuwe beslissing van de gemeenteraad tijdens een lopende beroepsprocedure, dan doet dit geen nieuwe “eerste aanleg” ontstaan. Een beroep tegen dergelijke nieuwe gemeenteraadsbeslissing zorgt niet voor een opschorting van de beslissingstermijn van de vergunningsbeslissing in administratief beroep.

Artikel 31/1 OVD voorziet alleen een bestuurlijke beroepsmogelijkheid bij de Vlaamse Regering tegen een gemeenteraadsbeslissing genomen in eerste aanleg. Dat beroep schort de beslissingstermijn van de vergunningsbeslissing in administratief beroep van rechtswege op totdat de Vlaamse Regering een beslissing neemt (artikel 66 §2/2 OVD).

Een beslissing van de gemeenteraad genomen met toepassing van artikel 65 OVD geldt eigenlijk alleen als herstelbeslissing binnen de beroepsfase. Daartegen staat dan ook geen bestuurlijke beroepsmogelijkheid open.

Belanghebbenden beschikken wel nog steeds over de jurisdictionele beroepsmogelijkheden tegen de nieuwe gemeenteraadsbeslissing. Daarbij lijkt dezelfde logica te gelden als bij administratief beroep bij vergunningsbeslissingen. Tegen vergunningsbeslissingen bestaat ook maar 1 administratieve beroepsmogelijkheid, bijvoorbeeld voor vergunningsbeslissingen van de gemeente het beroep bij de deputatie. Nadien staat tegen een vergunningsbeslissing van de deputatie in principe ook alleen nog jurisdictioneel beroep open.

Kortom, uit dit arrest kunnen we volgende belangrijke take-aways afleiden:

  1. tegen een nieuwe beslissing van de gemeenteraad met toepassing van artikel 65 OVD na een vernietiging van de Vlaamse Regering van de oorspronkelijke gemeenteraadsbeslissing staat geen extra bestuurlijk beroep open
  2. een jurisdictioneel beroep tegen dergelijke nieuwe gemeenteraadsbeslissing is mogelijk, maar dit schort de beslissingstermijn van de vergunningsbeslissing in administratief beroep ook niet op.