Wat als hetgeen de aanvrager wil niet geoorloofd is? Verbouwingswerken voorzien in werkelijkheid in “eigen kweek”, het kansspelcentrum dient in wezen voor witwaspraktijken…

Tot voor kort bood de stedenbouwkundige regelgeving geen afdoende antwoord op deze situaties. In principe toets je een stedenbouwkundige handeling immers enkel aan goede ruimtelijke ordening en aan de geldende (stedenbouwkundige) voorschriften. Of het voorwerp van vergunning in overeenstemming is met de strafwet, maakt geen deel uit van de stedenbouwkundige beoordeling ervan.

Een duidelijke rechtsgrond ontbrak dus om het hoofd te bieden aan projecten met vermoeden van criminaliteit. Tot de laatste regelgeving.

DIOB-decreet

Enter het DIOB-decreet: het decreet houdende de bevordering van de integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur. Dat decreet zag het licht in 2023. Middels het uitvoeringsbesluit trad het op 1 januari 2026 in werking.

Dit kader stelt de lokale overheden in staat om te voorkomen dat ze ongewild georganiseerde en ondermijnende criminele activiteiten en personen faciliteren.

Het decreet schrijft een horizontale, algemene beoordelingsgrond voor bij ieder recht verleend door een bestuurshandeling. Op basis daarvan kan het bestuur bijvoorbeeld bij een verhoogd risico op crimineel misbruik een omgevingsvergunning (artikel 3 §1 DIOB-decreet):

  • weigeren
  • schorsen
  • opheffen
  • of er voorwaarden aan verbinden

De bevoegde overheid mag maar beslissen op basis van een gemotiveerde integriteitsbeoordeling waaruit een aanwijsbaar ernstig risico op misbruik blijkt.

Sanctioneerbare feiten

Deze optie staat enkel open voor ‘sanctioneerbare feiten’. Dat wil zeggen feiten waarvoor een strafrechtelijke of bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd. Die feiten moeten kaderen binnen (artikel 2 DIOB-decreet):

  • de lijst opgenomen in artikel 119ter §10 Nieuwe Gemeentewet: bv. terrorisme, witwassen, illegale drugs- of wapenhandel, etc…
  • misdrijven die de Vlaamse regelgeving bestraft met een minimumstraf van 5 jaar

Hoe kan dit concreet in zijn werk gaan in de omgevingsvergunningsprocedure? We beschrijven de procedure in 5 punten.

  1. Termijnen

Zodra de vergunningverlenende overheid de aanvraag ontvangt (= de datum voor kennisgeving van ontvangst van de aanvraag) beschikt die over 50 werkdagen om een integriteitsonderzoek op te starten (artikel 4 §1 DIOB-decreet). De overheid mag die termijn 1 keer verlengen met 30 werkdagen.

De overheid kan binnen 15 dagen aan de DIOB (= Directie Integriteitsbeoordeling voor Openbare Besturen) een advies vragen. In dat geval schort de termijn van 50 werkdagen op tot de dag waarop de overheid het advies ontvangt (artikel 4 §1 lid 2 DIOB-decreet). Een samenwerkingsakkoord tussen de deelstaten is nodig om de DIOB operationeel te maken (artikel 10 DIOB-decreet).

Het integriteitsonderzoek schorst de behandelingstermijn voor de omgevingsvergunningsaanvraag (artikel 4 §2 DIOB-decreet).

  1. Informatievergaring

Naast de gebruikelijke adviezen mag het bestuur informatie inwinnen bij tal van diensten (artikel 8 §1 DIOB-decreet). Denk aan de politiediensten, het strafregister, de sociale inspectie, de economische inspectie, Dienst Vreemdelingenzaken…

  1. Inspraak

De bevoegde overheid moet de betrokkene eerst horen alvorens hij tot actie mag overgaan. Hij mag de aanvrager zelf of diens raadsman horen.

Daarbij moet het bestuur de mogelijkheid bieden om verweermiddelen schriftelijk of mondeling te doen gelden (artikel 3 §4 DIOB-decreet).

Let op: tekst loopt door onder afbeelding.

Schulinck Omgevingsrecht

In een dynamisch, juridisch landschap biedt Schulinck Omgevingsrecht houvast voor gemeenten. Onze kennisbank helpt u bij al uw vragen over de Omgevingswet en het omgevingsrecht.

  1. Integriteitsbeoordeling

De bevoegde overheid mag maar beslissen op basis van een gemotiveerde integriteitsbeoordeling. Daaruit moet blijken dat er een aanwijsbaar ernstig risico bestaat dat de vergunning wordt misbruikt of zal worden misbruikt om (artikel 5 §1 DIOB-decreet)

  • voordelen uit eerder gepleegde feiten te benutten, al dan niet financieel
  • en/of sanctioneerbare feiten te plegen

De beoordeling houdt bovendien rekening met de ernst van de feiten en de relatie van de aanvrager tot de feiten. Men houdt in het bijzonder rekening met:

  1. de manier waarop de aanvrager bij de sanctioneerbare feiten is betrokken
  2. of hij direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan een rechtspersoon die de feiten heeft gepleegd
  3. het feit of een derde die feitelijk of juridisch een dominante positie inneemt tegenover de aanvrager, feiten heeft gepleegd

Het integriteitsonderzoek en de integriteitsbeoordeling moet (artikel 6 DIOB-decreet):

  1. niet discriminatoir zijn
  2. duidelijk, ondubbelzinnig en objectief zijn
  3. gebeuren op transparante wijze

Bij de laatste criteria valt op dat de decreetgever ze niet nader invult in regelgeving of in de parlementaire voorbereiding. Dat staat in contrast met het federale wetsontwerp en de mogelijkheden in de Nieuwe Gemeentewet (Parl.St . Vl.Parl. 2023-24, nr. 1835/1, 117 en 185-187).

  1. Beroepsgeheim

Tot slot is het belangrijk dat de behandelende (omgevings)ambtenaren bij dit alles gebonden zijn door een beroepsgeheim (artikel 12 DIOB-decreet; artikel 458 Strafwetboek).

Dat betekent dat ze aan geen enkele persoon of autoriteit informatie vrijgeven die ze hebben bekomen bij het integriteitsonderzoek. Ook na het verlaten van de overheid of het stopzetten van hun medewerking, blijven ze gebonden door dit beroepsgeheim (artikel 13 DIOB-decreet).