Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad van State van 24 september 2026 (nr. 267.788) over de motiveringsplicht bij een verzoek tot verlenging van de beslissingstermijn in administratief beroep.
Een vergunningsaanvrager dient in administratief beroep bij de deputatie een verzoek tot verlenging van de beslissingstermijn in. De deputatie weigert de omgevingsvergunning zonder het verzoek tot termijnverlenging uitdrukkelijk te motiveren. De Raad voor Vergunningsbetwistingen van 20 juni 2025 (nr. A-2425-0740) verwerpt het vernietigingsberoep tegen die beslissing onder meer omdat uit artikel 66 OVD noch de artikelen 2 en 3 Motiveringswet een motiveringsplicht volgt.
De Raad van State vernietigt dat arrest en oordeelt dat de overheid bij toepassing van artikel 66 §2/1 OVD over een discretionaire bevoegdheid beschikt om een verzoek tot verlenging van de beslissingstermijn al dan niet in te willigen. Omdat die beslissing rechtsgevolgen heeft voor de aanvrager, kwalificeert zij als een eenzijdige rechtshandeling met een individuele strekking.
Hoewel de beslissing om het verzoek niet in te willigen in de vergunningsbeslissing zelf kan worden veruitwendigd, gaat het over een afzonderlijke beslissing waarvan de onwettigheid ook tot de onwettigheid van de eindbeslissing leidt. De beslissing moet uitdrukkelijk de motieven van de weigering bevatten. Dat er geldige motieven bestaan om het verzoek af te wijzen, doet daar geen afbreuk aan.
Schulinck Omgevingsrecht