Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessante uitspraak binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen 11 juni 2026 (nr. A-2526-0879) over het begrip scheidingsmuur in de vereenvoudigde vergunningsprocedure.

Een omgevingsvergunningsaanvraag, over een reliëfwijziging tot aan de perceelsgrens en een keermuur dichtbij de perceelsgrens, volgt de vereenvoudigde vergunningsprocedure. Volgens de aanpalende eigenaar treffen de werken de perceelsgrens en geldt artikel 83 OVB.

Op basis van dat artikel moet het bestuur namelijk het standpunt van de eigenaars van de aanpalende percelen vragen wanneer een aanvraag gaat over de oprichting, uitbreiding of afbraak van scheidingsmuren of muren die in aanmerking komen voor gemene eigendom. Het doel van de artikelen 53 en 83 OVB is dan ook de belangen van de aanpalende eigenaars in de vereenvoudigde procedure waarborgen door hen te informeren over een vergunningsaanvraag die gaat over een gemene muur of een scheidingsmuur.

Scheidingsmuur of gemene muur

Omdat het OVB het begrip scheidingsmuur niet definieert, hanteert de Raad de spraakgebruikelijke betekenis: een muur die eigendommen van elkaar scheidt. Indien deze muur op de perceelsgrens staat, komt hij voor gemene eigendom in aanmerking.

In deze zaak liggen de keermuren niet op de perceelsgrens, maar op 1,30 meter en 0,93 meter afstand van de perceelsgrens. Dat zijn dus geen scheidingsmuren of gemene muren die voor gemene eigendom in aanmerking komen. Ze hebben niet als functie 2 eigendommen van elkaar te scheiden.

Evenmin valt een haag op de perceelsgrens, wat geen deel uitmaakt van de vergunningsaanvraag, onder het begrip scheidingsmuur. Een haag kan dienst doen als afsluiting, maar is geen muur.

Schulinck Omgevingsrecht

Meer informatie over de vereenvoudigde procedure vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.