Om optimaal het omgevingsrecht toe te passen is inzicht in de praktische kant broodnodig. Daarom publiceren we wekelijks een veelgestelde vraag van onze klanten.

Deze week is dat de volgende vraag:

Mag de beoordeling van de milieueffecten (MER-toets) bij bronbemalingen gebeuren in de uitvoeringsfase van een reeds vergund project?

Nee, deze beoordeling moet ten laatste gebeuren voor het verlenen van de omgevingsvergunning zelf en niet pas in de uitvoeringsfase van een vergund project.

In principe dient een aanvrager een project gezamenlijk in als (artikel 7 § 2 lid 1 OVD):

  • het project meerdere elementen omvat, onderworpen aan meerdere vergunnings- of meldingsplichten, en
  • die elementen of aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn

Op de regel bestaat een uitzondering. De aanvraag of melding kan afzonderlijk voor stedenbouwkundige handelingen of de exploitatie van IIOA die alleen nodig zijn tijdens de uitvoeringsfase van het project (artikel 7 § 2 lid 2 OVD). Een bronbemaling nodig voor de uitvoering van een project kan een aanvrager dus in principe apart aanvragen of melden.

Een richtlijnconforme interpretatie van de project-MER-richtlijn vereist echter een eenheid van beoordeling van de milieueffecten. Daarbij houdt de overheid rekening met de gezamenlijke milieueffecten van het totaalproject. De aanvrager kan de milieueffectbeoordeling van activiteiten in de uitvoeringsfase van een reeds vergund project dus niet afsplitsen (zie bijv. RvVb 27 oktober 2022, nr. A-2223-0160RvVb 21 september 2023, nr. A-2324-0031). Dit heeft de decreetgever ondertussen ook decretaal verankerd in artikel 7 §2 lid 2 OVD (Parl. St. Vl. Parl. 2023-24, nr. 2176-1, 108).

Wist je dat?

Naast de meest actuele informatie, krijg je met een abonnement op Schulinck Omgevingsrecht ook toegang tot onze helpdesk. Daarmee bezorgen onze experten jou binnen de 2 werkdagen een juridisch onderbouwd, praktisch antwoord op al je omgevingsrechtelijke vragen.

Nog geen abonnement? Vraag dan snel een demo aan!