Over de grenzen van geluidshinder bij padel

Padel, de mix tussen squash en tennis wint aan populariteit in Vlaanderen. De sport wordt doorgaans beoefend in openlucht, waardoor het één van de weinige sporten is die men kon blijven beoefenen tijdens de coronacrisis. De padelterreinen schieten dan ook als paddenstoelen uit de grond. En laat dat nu net een probleem zijn. De aanvragen voor het plaatsen van een padelveld zijn niet in verhouding met het aantal gronden bestemd voor recreatie. Het gaat zelf zo ver dat sommige gemeenten een “padelpauze” inlassen.

Los van het tekort aan recreatiegronden, stelt er zich nog een ander probleem: geluidsoverlast. Padel is, in tegenstelling tot tennis, niet seizoensgebonden waardoor de velden gereserveerd zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Het getok van de bal die de glazen wand raakt en het gejuich en gevloek van de spelers maken omwonenden horendol. Tijd om even te onderzoeken of er grenzen zijn aan de geluidshinder die padel veroorzaakt.

Vooreerst bestaat er geen specifieke geluidregelgeving voor de aanleg van een sportterrein, en dus padelterreinen. De geluidsnormen in VLAREM II zijn alleen van toepassing op ingedeelde inrichtingen en activiteiten. Voor wat betreft de niet-ingedeelde inrichtingen, opgenomen in deel 6 van VLAREM II, zijn er enkel geluidsbepalingen voor niet-ingedeelde muziekactiviteiten (elektronisch versterkte muziek) vastgelegd (artikel 6.7.1 e.v. VLAREM II), die dus niet van toepassing zijn op padel.

Niettemin staat het de gemeente vrij regels omtrent geluidsoverlast voor recreatieve terreinen vast te leggen in haar politiereglement, waarbij ze in geval van overtreding een gemeentelijke administratieve boete (GAS-boetes) kan opleggen. Zo kan ze bijvoorbeeld bepalen dat het spelen van padel na en voor een bepaald uur en op zondagen en feestdagen moet worden beperkt of padel moet voldoen aan bepaalde geluidsnormen. In de meeste gemeentelijke GAS-reglementen zijn rustverstorde activiteiten overigens verboden tussen 22 uur en 7 uur.

Bovendien moet de aanvrager van dergelijk terrein, bij het ingeven van zijn aanvraag in het Omgevingsloket, altijd een screening van potentiële milieueffecten uitvoeren. Mogelijke geluidshinder moet daarbij onderzocht worden, maar het spreekt voor zich dat de nodige objectiviteit en grondigheid soms in vraag gesteld kan worden. De gemeente zal met andere woorden bij een aanvraag voor een padelterrein vooraf goed moeten inschatten welke impact dit zal meebrengen voor de omgeving. De milieukwaliteitsnormen en geluidsnormen van VLAREM II kunnen hierbij richtinggevend zijn.

Bij gebrek aan enige regeling biedt de vrederechter mogelijk een laatste soelaas. Diegene die burenhinder ondervindt kan het vredegerecht inschakelen voor een verzoeningsprocedure dan wel een gerechtelijke procedure. Dit op grond van burenhinder (artikel 544 Burgerlijk Wetboek), zijnde hinder die de grens van de normale ongemakken uit het nabuurschap overschrijdt, zoals geluidshinder.

Tot slot is het uiteraard aangewezen als gemeentebestuur om in een vroege fase van het project met buurtbewoners te praten, waarbij op voorhand naar oplossingen wordt gezocht. Zo kunnen de terreinen bijvoorbeeld overkapt worden of kan de padelclub een intern reglement opstellen met regels waarbij er onder meer enkel terreinen gereserveerd kunnen worden binnen een bepaalde tijdspanne. Op die manier worden niet alleen problemen, maar ook grote kosten vermeden.

Bronnen: