In een project-m.e.r.-screeningsnota toont de aanvrager aan dat er geen aanzienlijke milieueffecten volgen op de uitvoering van zijn project. Bijlage II en III bij het project-m.e.r.-besluit lijsten de projecten op waarvoor de m.e.r.-screeningsplicht geldt. Het stadsontwikkelingsproject is hier één van.

De Vlaamse decreetgever geeft geen definitie van een stadsontwikkelingsproject. De praktijk maakt dit duidelijk. Er vloeide al heel wat rechtspraak over wat nu wel en geen stadsontwikkelingsproject is.

Ook het Departement Omgeving geeft het begrip meer duiding in haar interpretatiegids. In het algemeen zijn stadsontwikkelingsprojecten volgens de gids projecten “die betrekking hebben op de aanwezigheid van meerdere personen in functie van wonen, handelsactiviteiten en dienstverlening”. Hiervoor grijpt de gids terug naar de Europese Guidance “Interpretation of definitions of certain project categories of annex I and II of the EIA Directive”.

De Europese Guidance lijst niet exhaustief stadsontwikkelingsprojecten op. Wel legt het een ruime interpretatie van het toepassingsgebied op. Dit rekening houdende met de doelstelling van de Europese project-m.e.r.-richtlijn (85/337/EEG). Het wel of niet sprake zijn van een stadsontwikkelingsproject hangt af van de eigenschappen, omvang en ligging van het project.

In eerste instantie neemt de guidance aan dat het om projecten met een zekere omvang moet gaan. Maar ook “kleinere” stadsontwikkelingsprojecten kunnen aanzienlijke milieueffecten veroorzaken. Ook deze kunnen dus onder het toepassingsgebied van de m.e.r.-regelgeving vallen (zie bv. RvVb 6 april 2023, nr. A-2223-0742).

De beoordeling van een project gebeurt dus in concreto. De overheid gaat geval per geval na of er sprake is van een stadsontwikkelingsproject. Ook de RvVb bevestigde meerdere keren dat dit van project tot project afhangt. De RvVb benadrukt hierbij het belang van de omvang en de ligging van het project (zie bv. RvVb 26 augustus 2021, nr. A/2021/1296).

In een stad?

De naam doet anders vermoeden, maar de eigenlijke locatie van het project is niet relevant. Belangrijk is dat het project een stedelijk karakter heeft.

Het Hof van Justitie bevestigt dit principe. Het Hof oordeelde dat de criteria die zijn opgenomen in bijlage III Project-m.e.r.-richtlijn (bijlage II DABM) zowel een rol kunnen spelen binnen als buiten stedelijke gebieden. De mogelijke impact van vergelijkbare projecten hangt dus niet af van de ligging binnen of buiten de stad.

Concreet betekent dit dat projecten met gelijkaardige kenmerken en een gelijkaardige milieu-impact als stadsontwikkelingsprojecten zich dus niet noodzakelijk binnen ‘de stad’ moeten situeren om in deze rubriek te vallen. Een stadsontwikkelingsproject kan dus overal voorkomen, ook buiten de dichtbevolkte gebieden.

Een beperkte oppervlakte, maar grote impact?

In een recent arrest oordeelde de RvVb dat ook de grondoppervlakte van het project niet doorslaggevend is. Volgens de RvVb kunnen activiteiten die zich afspelen op een beperkte ruimte (qua oppervlakte of volume), ook mogelijks aanzienlijke milieueffecten genereren. Daarbij is voor de kwalificatie als stadsontwikkelingsproject evenmin vereist dat het project zowel een zekere omvang als een groter bedieningsgebied heeft.

Ook activiteiten die op een beperkte grondoppervlakte plaatsvinden, kunnen dus kwalificeren als stadsontwikkelingsproject. In deze zaak ging het om een kinderdagverblijf met een maximum capaciteit van 25 kinderen en 3 begeleiders. De kinderopvang zou een oppervlakte van 192 m² beslaan. De RvVb beschouwt dit als een stadsontwikkelingsproject (RvVb 6 april 2023, nr. A-2223- 0742).

Samengevat: een stadsontwikkelingsproject is … een project?

Een stadsontwikkelingsproject is dus een project met een zekere omvang. Toch zijn ook kleinere projecten niet uitgesloten. Daarnaast moeten stadsontwikkelingsprojecten niet in de stad liggen, zolang ze maar een stedelijk karakter hebben.

We onthouden dus vooral dat alles een stadsontwikkelingsproject kan zijn. Alles hangt af van de eigenschappen, omvang en locatie van het project. Maar ook binnen deze criteria lijkt dus moeilijk een lijn te trekken. Hierdoor is het voor vergunningaanvragers en gemeenten vaak moeilijk om zelf de inschatting te maken.

Toch is het belangrijk dat men niet te snel besluit dat er geen sprake is van een stadsontwikkelingsproject. Het ontbreken van de screeningsnota leidt namelijk tot de onvolledigheid van de vergunningsaanvraag. In administratief beroep leidt het ontbreken tot de onwettigheid van de vergunning. De aanvrager kan dit in administratief beroep namelijk niet meer rechtzetten.


Meer over de m.e.r.-screeningsnota tijdens de vergunningsprocedure in de opinie Het lussen van de screeningsnota… de geest van de wet onvoldoende tastbaar?


Wilt u direct antwoord op uw vragen?

Met een abonnement op Schulinck Omgevingsrecht krijgt u binnen 2 werkdagen een juridisch onderbouwd, praktisch antwoord.

Ontdek het zelf via onze database. Nog geen abonnement? Vraag dan snel een demo aan!