Bij het uitvoeren van werken, zoals de aanleg riolering, wegen, woningbouw, bodemsanering of natuurherstelmaatregelen, is er vaak een tijdelijke bemaling nodig. De uitvoering van deze werken onder het maaiveld moet namelijk gebeuren in droge omstandigheden. Dat vraag een verlaging van het grondwaterpeil door middel van een bemaling.
Wanneer echter op de locatie van bemaling in het grondwater reeds stoffen aanwezig zijn waarvoor de milieukwaliteitsnorm overschreden is in het ontvangende oppervlaktewater, verhindert dat het verlenen van een omgevingsvergunning. Dit is bijvoorbeeld het geval voor bemalingswater dat verontreinigd is met PFOS / PFAS, zware metalen of andere zorgwekkende stoffen.
Verboden achteruitgang
De nieuwe lozingen van deze stoffen veroorzaakt in het oppervlaktewater, zelfs na voorafgaande zuivering, een verboden achteruitgang in het ontvangende waterlichaam. Dit geldt zelfs wanneer er geen extra vervuiling bijkomt, maar de verontreiniging zich louter verplaatst binnen een verbonden watersysteem. Op het nieuwe lozingspunt kan de waterkwaliteit dan achteruitgaan.
Een gelijkaardig probleem doet zich voor bij het verplaatsen van sediment.
Het is volgens de minister van Omgeving evenwel niet altijd verantwoord om dan doorgedreven zuiveringstechnieken in te zetten. Zowel vanuit milieuoogpunt, als vanuit technisch en sociaal-economisch oogpunt. Bij een lozing van bemalingswater verplaatsen verontreinigende stoffen zich in principe van grondwater naar oppervlaktewater. Er is volgens de minister dan geen toename van de verontreiniging in het geheel van grond- en oppervlaktewater.
Europese Kaderrichtlijn Water
Meerdere lidstaten kaartten deze problematiek aan bij de herziening van de Europese Kaderrichtlijn Water. Bij de herziening van de Europese Kaderrichtlijn Water op 23 september 2025 keurden de Europese Raad, Commissie en Parlement dan ook nieuw artikel 4, lid 7b goed. Dat nieuwe artikel bepaalt dat een achteruitgang van de toestand van een oppervlaktewaterlichaam door verplaatsing van bestaande vervuiling in water of sediment onder bepaalde voorwaarden mag, zolang er geen netto-toename van vervuiling is.
De Vlaamse Regering past daarom principieel het Decreet Integraal Waterbeleid aan om deze Europese bepaling om te zetten in onder andere artikel 1.7.2.5.4 Waterwetboek.
Let wel: Het voorontwerp is nog niet definitief. Het is ingediend voor advies bij de Minaraad en de SERV.