In het kader van het ‘Actieprogramma rond rechtszekere en robuuste vergunningen’ keurt de Vlaamse Regering een voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges (DBRC-decreet) principieel goed.

Een overzicht van de voorgestelde wijzigingen

Oplossingsgerichte rechtspraak

Het actieprogramma bevat een aantal voorstellen tot verbetering van de rechtspraak in vergunningsbetwistingen. Het oplossingsgericht beslechten van geschillen verankert de Vlaamse Regering met deze wijziging als doelstelling in het DBRC-decreet. De decreetgever wil oplossingsgerichte rechtspraak stimuleren zonder te raken aan de onafhankelijkheid van de bestuursrechters.

Stelplicht van de belangvereiste bij het middel

Wie een rechterlijk beroep instelt tegen een omgevingsvergunning, moet ook aantonen persoonlijk in zijn belangen te zijn geschaad door de specifieke onrechtmatigheden waarmee die beslissing eventueel is aangetast. De benadeling als element van de vereiste van het belang bij het middel, dient steeds concreet en persoonlijk te zijn. De beroepsindiener moet het belang bij het middel minstens aannemelijk maken.

Een verzoekschrift zal ook een omschrijving van het belang bij elk opgeworpen middel moeten bevatten. Dit doet geen afbreuk aan de mogelijkheid om de schending aan te voeren van regels die de openbare orde aanbelangen.

Wettigheidscontrole

Het voorontwerp voorziet decretaal in de verankering van de contouren van de wettigheidscontrole die de Raad kan doorvoeren. De nadruk ligt op de terughoudende toets van de Raad ten aanzien van de aspecten van een bestreden beslissing die raken aan de opportuniteitsbeoordeling en de discretionaire bevoegdheid van de bevoegde overheid.

Die terughoudende toetsing, in het geval van beleidsvrijheid van de vergunningverlenende overheid, houdt in dat:

  • de Raad voor Vergunningsbetwistingen alleen nagaat of de overheid de bestreden beslissing heeft afgewogen aan de hand van werkelijk bestaande feiten die van die aard zijn dat ze de genomen beslissing in rechte en in feite kunnen dragen
  • de Raad voor Vergunningsbetwistingen alleen tot de onwettigverklaring van een beslissing kan overgaan als hij vaststelt dat geen ander naar kennis en kunde redelijk bekwaam en naar feitelijk optreden redelijk handelend bestuur in dezelfde omstandigheden die beslissing zou nemen
  • de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich niet een eigen oordeel mag vormen over wat volgens zijn inschatting de redelijke beslissing is in een gegeven geval en de rechter de onwettigheid niet mag uitspreken omdat het bestuur niet diezelfde redelijkheid heeft ingezien en toegepast.

Uitbreiding rechterlijke mechanismen

Het toepassingsgebied van een aantal rechterlijke mechanismen breidt uit. De Raad krijgt de mogelijkheid om aan eender welke procespartij een geldboete op te leggen als de rechtspleging is aangewend voor kennelijke vertragende of onrechtmatige doeleinden. De geldboete kan de Raad ook opleggen op verzoek van een partij en is niet meer beperkt tot de vernietigingsprocedure. De minimale en maximale bedragen van de geldboete zijn verhoogd tot respectievelijk 150 euro en 5000 euro.

Verder komt er een verruiming van de mogelijkheden tot bemiddeling. De bestuursrechter kan zelf het initiatief nemen om bemiddeling te initiëren zonder een voorafgaandelijk akkoord van de procespartijen.

Advies Raad van State

Het voorontwerp van decreet wordt nu ter advies voorgelegd aan de Raad van State.