Op 10 augustus verscheen het Verzameldecreet in het Belgisch Staatsblad. Het decreet treedt in werking op 20 augustus 2026. Enkel de wijziging inzake de termijn voor rapportering van milieuschade treedt in werking op 1 mei 2027.

Het decreet wijzigt 21 wetten en decreten. De voornaamste inhoudelijke wijzigingen zijn o.m. op volgende vlakken:

    1. Planbaten / Planschade:
      o    Schrapping meerwaarderamingsrapport
      o    Verduidelijking van het ‘recht op inkeer’ (zie hieronder)
      o    Begunstigden planschadevergoeding bij WORG’s
      o    Uitzondering op planschade: salderingsregel
  • Vrijgave van kleinere oppervlaktes in woonreservegebied (zie hieronder)
  • Lasten en bestuursdwang (zie hieronder)
  • Vermoeden van vergunning (zie hieronder) 
  1. Digitalisering bij verordeningen
  2. Bijkomende mogelijkheid van vergunningen van bepaalde duur en bijstelling
  3. Andere aanpassingen

We lichten achtereenvolgens enkele aandachtspunten in detail toe.

Planbatenheffing en ‘recht op inkeer’

Artikel 2.6.5 VCRO stelt dat er geen planbatenheffing verschuldigd is wanneer voor het perceel een ruimtelijk uitvoeringsplan, dan wel een bijzonder plan van aanleg, in werking treedt om te voldoen aan een verplichting tot planschadevergoeding. Deze bepaling betreft een ‘recht op inkeer’ voor de planopmakende overheid. Het nieuwe plan heeft tot doel aan het goed opnieuw de bestemming te geven die het had de dag vóór de inwerkingtreding van het bestaande plan.

Het Instrumentendecreet heeft de planschadeprocedure omgezet van een gerechtelijke naar een administratieve procedure, waar de initiatiefnemer van het RUP nauw betrokken wordt en bevoegd is voor het nemen van een definitieve beslissing over de toe te kennen planschadevergoeding. Het ‘recht op inkeer’ is dus niet langer zinvol bij een administratieve procedure. Door de wijziging is het artikel enkel nog van toepassing bij een gerechtelijke uitspraak die de betaling van een planschadevergoeding oplegt.

Woonreservegebieden en restpercelen

Voor de bebouwing van restpercelen is een vrijgavebesluit nodig. Een aantal vereisten voor vrijgave, met name functievermenging, groepering van woningen, gedeelde voorzieningen e.d. zijn moeilijk werkbaar voor restpercelen en voor kleinere oppervlaktes woonreservegebied die geschikt zijn voor ontwikkeling. Van deze vereisten kan men vanaf nu gemotiveerd afwijken.

Een tweede bijsturing in dat kader betreft het toepassingsgebied van de vereiste van een voorafgaand vrijgavebesluit. Vergunningen die handelen over woonreservegebied zonder dat deze een bebouwing of verharding meebrengen hebben geen vrijgavebesluit meer nodig. Het gaat o.m. om het afbreken van een constructie of het vellen van een boom.

Lasten: bestuursdwang weer mogelijk 

Eerder had de decreetgever de bestuursdwang opgeheven ten voordele van een systeem met financiële waarborgen. Als lasten in natura niet worden uitgevoerd, moet de bevoegde overheid deze zelf kunnen realiseren a.d.h.v. de financiële waarborg.

Het voorontwerp van decreet voert de bestuursdwang terug in bij het handhaven van het niet uitvoeren van lasten in natura (art. 77 Omgevingsvergunningsdecreet). Op deze manier heeft de gemeente opnieuw de optie om de uitvoering in natura door de verkavelaar zelf af te dwingen door middel van het verkavelingsattest.

Vermoeden van vergunning

Artikel 4.8.11 §2 VCRO bevat de termijn voor derden om een registratiebeslissing inzake het vermoeden van vergunning aan te vechten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Voor derden startte die termijn vanaf de dag na de opname van de constructie in het vergunningenregister.

Met het arrest van 19 oktober 2023 (GwH 19 oktober 2024, nr. 109/2024; Rechtspraak op vrijdag: Hof vernietigt beroepsbepaling registratiebeslissing) heeft het Grondwettelijk Hof die regeling ongrondwettig bevonden: er kan van een burger immers niet worden verwacht dat hij op regelmatige basis het vergunningenregister raadpleegt, louter om na te gaan of daarin constructies werden opgenomen waarvan hij hinder of nadelen kan ondervinden.

Door dit arrest startte de beroepstermijn voor derden om een registratiebeslissing aan te vechten vanaf de datum van de feitelijke kennisname van de beslissing, met dus heel wat rechtsonzekerheid tot gevolg (RvVb 21 december 2023, nr. A-2324-0305).

De nieuwe regeling remedieert hieraan, en verwijst naar de algemene bekendmakingsregels voor omgevingsvergunningen. Voortaan zal dus ook aanplakking van de registratiebeslissing op het terrein nodig zijn. Daarvoor zorgt de aanvrager, dan wel de gemeente bij een ambtshalve genomen registratiebeslissing. De beroepstermijn zal dan een aanvang nemen:

  • desgevallend de dag na de individuele kennisgeving van de registratiebeslissing,
  • en voor de andere gevallen: de dag na de eerste dag van de aanplakking van de registratiebeslissing

Overgangsmaatregelen

De decreetgever voorziet voor een aantal wijzigingen in een overgangsregeling:

  • Registratie als vergund geacht in het vergunningenregister
    Voor opnames in het vergunningenregister die dateren van vóór de aangepaste bekendmakingsregeling in werking treedt, bestaat het risico dat ze aangevochten worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De beroepstermijn voor derden start immers op het moment van feitelijke kennisname. Om rechtszekerheid te bieden, wordt voorzien dat men kan overgaan tot bekendmaking conform de aangepaste bekendmakingsregeling. Zo wordt betwisting door derden onbeperkt in de tijd vermeden. In het vergunningenregister opgenomen bestaande constructies worden definitief vergund geacht te zijn als er na de bekendmaking geen beroep is ingesteld.
  • Bestuursdwang & lasten bij verkavelingen
    De regeling rond bestuursdwang en lasten bij verkavelingen is van toepassing op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor het verkavelen van gronden die zijn ingediend vanaf de inwerkingtreding van deze bepalingen
  • Begunstigde vergoedingsregeling bij aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden (WORG)
    Wie niet vergoedingsgerechtigd was overeenkomstig artikel 5.6.8, §6 VCRO zoals het tot hiertoe gold, maar dat wel is volgens de aangepaste tekst die verwijst naar het Instrumentendecreet, kan binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van artikel 102 van het Verzameldecreet 2026 zijn of haar deel van de eigenaarsvergoeding aanvragen.
  • Uitzonderingsgrond recht op planschade
    De salderingsregeling , wordt ook toegepast voor planschadevergoedingen die zijn aangevraagd naar aanleiding van de vaststelling van een ruimtelijk uitvoeringsplan die dateert van voor de inwerkingtreding en waarover een definitieve beslissing als vermeld in het Instrumentendecreet van 26 mei 2023 genomen wordt vanaf die datum van inwerkingtreding.