Elke week bespreken de juridische experts van Schulinck Omgevingsrecht een opvallende uitspraak binnen het Vlaamse omgevingsrecht. Deze week gaat het om een arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen 30 juli 2026 (nr. 2526-1011). Daarin past de Raad ambtshalve de zgn. ‘no conflict of interest’ regel toe. Deze regel houdt in dat een overheid niet zelf mag beslissen over een eigen project wanneer dat project MER-(screenings)plichtig is.
Een lokale overheid en een nutsbeheerder vragen een omgevingsvergunning aan voor de heraanleg van wegenis en riolering, reliëfwijzigingen en het kappen van 72 bomen. Omdat het om een wegenisproject gaat, bevat de aanvraag een project-m.e.r.-screeningsnota. Het CBS behandelt de aanvraag in eerste aanleg en verleent de vergunning.
De RvVb onderzoekt vervolgens ambtshalve of het CBS wel bevoegd is om die vergunning te verlenen. Uit de wasserijsite-rechtspraak en het daarop volgende arrest van het Grondwettelijk Hof blijkt dat een overheid geen vergunning mag verlenen voor een MER-screeningsplichtig project wanneer zij zelf de opdrachtgever of initiatiefnemer is (‘no conflict of interest’).
De Europese project-m.e.r.-richtlijn vereist namelijk een ‘passende scheiding’ tussen de initiatiefnemer van een project en de overheid die beslist over de vergunning. Omdat de stad zelf aanvrager en initiatiefnemer van het project is, mocht het CBS volgens de Raad niet optreden als vergunningverlenende overheid in eerste aanleg. In dat geval moet de deputatie de aanvraag behandelen.
Deze uitspraak toont aan dat lokale besturen goed moeten nagaan welke overheid bevoegd is voor hun eigen MER-screeningsplichtige projecten. De Raad kan dit bevoegdheidsprobleem bovendien zelf opwerpen, ook als geen van de partijen ernaar verwijst.
Schulinck Omgevingsrecht
Meer informatie over de wasserijsite-rechtspraak en de (‘no conflict of interest’-regel). vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.