Tijdelijk bouwverbod en planschade
Het betrokken perceel ligt in woonuitbreidingsgebied. Voor de inwerkingtreding van een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) kwam het perceel in aanmerking voor bebouwing of verkaveling (in dit geval groepswoningbouw). Het RUP behoudt de bestemming woonuitbreidingsgebied, maar voert een tijdelijk bouw‑ en verkavelingsverbod van 20 jaar in.
Een planschadevergoeding kan worden verkregen als het betreffende perceel (artikel 2.6.1 §2 VCRO):
- voor de inwerkingtreding van een RUP in aanmerking kwam voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen of een vrijgavebesluit
- na de inwerkingtreding van een RUP niet meer in aanmerking komt voor een vergunning om te bouwen of te verkavelen
Oordeel Hof
Het Hof van Cassatie vernietigt het arrest van het hof van beroep. Artikel 2.6.1 §2 VCRO vereist alleen dat de vergunningverlenende overheid nagaat of het perceel door de inwerkingtreding van een RUP niet langer in aanmerking komt voor een bouw‑ of verkavelingsvergunning, terwijl dat voordien wel het geval was.
Volgens het Hof vereist artikel 2.6.1 VCRO geen formele wijziging van het bestemmingsgebied waarin het perceel ligt. Het recht op planschadevergoeding hangt samen met het effect van het RUP op de vergunningsmogelijkheden. Zowel een definitief als een tijdelijk bouw‑ of verkavelingsverbod dat voortvloeit uit een in werking getreden RUP kan planschade doen ontstaan.
Schulinck Omgevingsrecht
Meer informatie over planschade vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.