Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad voor vergunningsbetwistingen van 19 februari 2026 (nr. A-2526-0498). Daarin oordeelt de Raad over de aanvechtbaarheid van de aktename van een melding van de gedeeltelijke stopzetting van een IIOA.
Wanneer een klasse 1 of 2 IIOA door een gedeeltelijke stopzetting overgaat naar een klasse 3 IIOA, geldt de omgevingsvergunning als meldingsakte. De bijzondere voorwaarden blijven gelden (artikel 100 lid 2 OVD). Een gedeeltelijke stopzetting waarbij een vergunde IIOA een meldingsplichtig karakter krijgt, vereist dus geen meldingsakte. De vergunning geldt als dusdanig (Parl. St. Vl. Parl. 2018-19, nr. 1875/3, 19).
De exploitant moet een volledige of gedeeltelijke stopzetting wel melden. De bevoegde overheid zal als gevolg van deze melding het vergunningsbesluit actualiseren (artikel 98 OVB). De exploitant moet de bevoegde overheid dus op de hoogte brengen van de stopzetting. Nadien actualiseert de bevoegde overheid zelf het vergunningsbesluit (zie Verslag Vlaamse Regering OVB, BS 23 februari 2016, 13421).
In deze zaak meldt de exploitant van een varkenshouderij bij het college van burgemeester en schepenen de gedeeltelijke stopzetting van het bedrijf. Het college neemt akte van de melding met toepassing van artikel 111 OVD.
Oordeel Raad
De Raad oordeelt dat een aktename van een melding van de (gedeeltelijke) stopzetting van de exploitatie van een IIOA op zich geen rechten creëert. Dit wijzigt ook niet de bestaande rechtstoestand. Het beoogt alleen een kennisgeving aan de bevoegde overheid.
Het komt in de eerste plaats aan de exploitant toe om het voorwerp van de melding te omschrijven. Dit ontslaat de bevoegde overheid er niet van om het werkelijk voorwerp van de melding te bepalen. Ze moet de melding beoordelen aan de hand van dit werkelijke voorwerp.
De bevoegde overheid heeft in dit geval akte genomen van de melding volgens de meldingsprocedure. Dit blijkt in de bestreden beslissing bijvoorbeeld uit het doorvoeren van de toets uit artikel 111 OVD. Deze toets dient alleen voor meldingsplichtige exploitaties. De bevoegde overheid maakte hier dus zelf een beoordeling van het meldingsplichtig en niet verboden karakter van de aanvraag.
Wanneer de overheid artikel 111 OVD toepast, gaat het niet langer om enkel een kennisgeving van een gedeeltelijke stopzetting. Het valt niet uit te sluiten dat de bevoegde overheid bij een stopzetting die tot gevolg heeft dat een eerdere omgevingsvergunning geldt als meldingsakte door de overgang naar klasse 3 IIOA’s, in één beweging ook akte neemt van meldingsplichtige wijzigingen bij deze IIOA’s.
Dat de beslissing verwijst naar een gedeeltelijke stopzetting doet geen afbreuk aan het feit dat de bestreden beslissing spreekt over een meldingsplichtige exploitatie. De bevoegde overheid verduidelijkt verder niet in welke mate de oorspronkelijke vergunning na de aktename nog steeds deel uitmaakt van het rechtsverkeer. Kortom, in dit geval krijgt de melding een aanvechtbaar karakter doordat de bevoegde overheid de melding behandelde volgens de meldingsprocedure (in bijzonder artikel 111 OVD). De Raad verwerpt de exceptie dat het niet zou gaan om een stilzwijgende of uitdrukkelijke beslissing over een melding in de zin van artikel 105 §1 lid 1, 4° OVD. Hij verklaart het beroep ontvankelijk.
Schulinck Omgevingsrecht
Meer informatie over de melding stopzetting IIOA vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een demo aan.