Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van het Hof van Cassatie van 13 januari 2026 (nr. P.25.0380.N). Daarin oordeelt het Hof dat het vergunningsplichtig karakter van een reliëfwijziging volgt uit de invloed ervan op de bestemming, het feitelijk gebruik of het uitzicht van het terrein.

In deze zaak gaan belanghebbenden in cassatie tegen een arrest van de correctionele kamer van het hof van beroep. Ze stellen onder meer dat het verhogen van een berm geen vergunningsplichtige reliëfwijziging vormt. Dat dit soort verhoging kan leiden tot een verstoring van de waterhuishouding betekent volgens de belanghebbenden niet dat het ook gaat om een vergunningsplichtige reliëfwijzing.

Artikel 4.2.1, 4° VCRO voorziet in een vergunningsplicht voor aanmerkelijke reliëfwijzigingen. Dit houdt onder meer het aanvullen, ophogen, uitgraven of uitdiepen van de bodem. Daarbij wijzigt de aard of de functie van het terrein.

Volgens het Hof van Cassatie is de omvang van de hoogte- of dieptewijziging voor de vergunningsplicht niet relevant. Wel moet de reliëfwijziging een invloed hebben op de bestemming, het feitelijk gebruik of het uitzicht van het terrein. Dit is bepalend voor de voorafgaande vergunningsplicht.

Het Hof oordeelt dat ook een aanmerkelijke wijziging van het bodemreliëf die kan leiden tot een verstoring van de waterhuishouding onder de vergunningsplicht valt. Dit wijzigt immers de functie van het terrein. Dat de reliëfwijziging niet tot een onmiddellijke en daadwerkelijke verstoring van de waterhuishouding heeft geleid, doet daaraan geen afbreuk.

Schulinck Omgevingsrecht

Meer informatie over vergunningsplichtige reliëfwijzigingen vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.