Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 12 maart 2026 (nr. A-2526-0567). Daarin oordeelt de Raad over de toepassing van het Stikstofdecreet na het verval van een exploitatievergunning voor een rundveehouderij.
PAS-referentie 2030
De PAS-referentie 2030 geeft voor elke varkens-, pluimvee- of rundveehouderij de maximale ammoniakemissie weer die uiterlijk op 31 december 2030 nog mag plaatsvinden. Het gaat om veehouderijen die bij de inwerkingtreding van het Stikstofdecreet beschikken over een exploitatievergunning. Een veehouderij kan een hogere ammoniakemissie bekomen dan de PAS-referentie 2030. Dit kan mits een gunstige beoordeling bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning (artikel 36 of 38 lid 3 Stikstofdecreet).
Een niet-vergunde veehouderij bevindt zich buiten het kader van de reducerende maatregelen in het Stikstofdecreet.
Artikel 38 Stikstofdecreet geeft 3 opties:
- PAS-referentie van toepassing: de vergunningverlenende overheid kan onder voorwaarden bij de passende beoordeling beslissen dat er geen betekenisvolle aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken speciale beschermingszone mogelijk zijn
- PAS-referentie niet van toepassing: de vergunningverlenende overheid kan onder voorwaarden vaststellen dat er geen betekenisvolle effecten mogelijk zijn
- niet voldaan aan de voorwaarden uit de eerste 2 situaties: toch nog een gunstige passende beoordeling door het toetsen aan de gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend, die het aangevraagde project niet mag hypothekeren
De deputatie geeft de veehouderij in deze zaak een gunstige passende beoordeling via de derde optie.
De gebiedsspecifieke neerwaartse depositietrend houdt een dalende trend in als de deposities afkomstig van de betrokken sector lager of gelijk zijn dan de G8 trendlijn. De bepaling van deze lijn gebeurt door de lijn uit te zetten tussen de referentiesituatie in 2021 en de G8 doelstelling in 2030 (Parl. St. Vl. Parl. 2022-23, stuk 1801/5, 215).
Geen G8-emissiepakket bij verval
De Raad oordeelt dat bij een vervallen vergunning voor een veehouderij, deze in het kader van het Stikstofdecreet een nieuwe inrichting vormt. Voor een onvergunde exploitatie bestaat geen PAS‑referentie 2030. Het Stikstofdecreet vertrekt steeds van de vergunde situatie.
Volgens de Raad is het G8‑emissiepakket alleen bedoeld voor bestaande en vergunde veehouderijen. Dit kan de vergunningverlenende overheid dus ook toepassen bij hervergunningen of uitbreidingen. Bij nieuwe veehouderijen is het G8‑emissiepakket per definitie gelijk aan 0. Ook wanneer een exploitatie feitelijk bleef doorlopen na het verval van de vergunning. Uit een illegale exploitatie kan een exploitant geen rechten putten. De Raad vernietigt daarom de omgevingsvergunning.
Schulinck Omgevingsrecht
Meer informatie over vergunningverlening onder het Stikstofdecreet vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.