Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 13 augustus 2026 (nr. 2526-1047). Daarin oordeelt de Raad over de mogelijkheid om af te wijken van soortenbescherming bij een omgevingsvergunning.
In deze zaak verleent de Vlaamse Regering een omgevingsvergunning voor de aanleg van een fietspad. Bij dit project zou men ook een beschermde plantensoort gaan verplanten. De vergunningsbeslissing legt de verplanting op als voorwaarde. Ze geeft als aandachtspunt mee dat de aanvrager een afwijking voor het verwijderen en verplanten moet verkrijgen. Het ANB adviseert ongunstig en wijst op alternatieve tracés die de beschermde natuurwaarden niet aantasten.
Andere bevredigende oplossing
Artikel 10 §2 Soortenbesluit bevat onder andere een
verbod op het verplanten van beschermde plantensoorten. Een
afwijking op dat verbod kan slechts onder de voorwaarden uit
artikel 20 §4 Soortenbesluit:
- er mag geen andere bevredigende oplossing bestaan
- de afwijking mag geen afbreuk doen aan het streefdoel om de populaties van de soort in kwestie in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, op lokaal niveau of op Vlaams niveau
De Raad oordeelt dat uit het advies van het ANB volgt dat het project niet voldoet aan de eerste voorwaarde. Het ANB verwijst daarbij naar alternatieve tracés die men onvoldoende heeft onderzocht. Het ANB stelt in het verplicht ingewonnen advies een strijdigheid met
artikel 10 §2 Soortenbesluit vast. Dat artikel vormt een
direct werkende norm. Daarom heeft dat advies op grond van
artikel 4.3.3 VCRO een bindend karakter. De vergunningverlenende overheid kan haar eigen beoordeling niet in de plaats stellen van die van het ANB.
De Vlaamse Regering mocht de vergunning volgens de Raad niet zomaar verlenen. Alleen de vermelding dat de vergunninghouder later nog een afwijking van het Soortenbesluit moet aanvragen als aandachtspunt volstaat niet. Een verplicht advies kan concluderen dat een project een strijdigheid met een direct werkende norm omvat. Dan moet de vergunningverlenende overheid de vergunning in principe weigeren, behalve wanneer de vergunningverlenende overheid de strijdigheid via afdoende voorwaarden op gemotiveerde wijze kan wegwerken.
Bron: RvVb 13 augustus 2026, nr.2526-1047