Op 4 februari 2026 publiceert het Vlaams Parlement een schriftelijke vraag en een antwoord over de bestemmingsconformiteit van de wegenis in artikel 12§2 Gemeentewegendecreet.

Parlementaire vraag

De minister van Mobiliteit is om verduidelijking gevraagd over het begrip van de bestemmingsconformiteit van een wegenis in de geïntegreerde rooilijnprocedure.

Daarvoor verwijst de vraag naar een arrest van de Raad van State van 12 januari 2026, nr.265.386. De Raad oordeelt in dat arrest dat de voorwaarde van “het kaderen binnen de realisatie van de bestemming van de gronden van een wijziging van het gemeentelijk wegennet” een zelfstandige wettigheidsvoorwaarde vormt die de gemeenteraad moet beoordelen. Deze beoordeling staat los van de wettigheid van de aanvraag tot omgevingsvergunning.

De gemeenteraad moet dus bij de zaak van de wegen voortaan zelf een bestemmingsconformiteitstoets uitvoeren. Zelf als er aanvaardbare afwijkingen mogelijk zijn, moet de gemeenteraad de zaak van de wegen weigeren.

Deze rechtspraak wijkt af van de eerdere rechtspraak van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Projecten lijken nu te moeten uitwijken naar de reguliere rooillijnprocedure.

De hamvraag is welke impact dit arrest heeft op de uitvoerbaarheid van lopende en toekomstige infrastructuur- en ontwikkelingsprojecten met wijziging van een wegenis.

Antwoord

De minister erkent de impact van het arrest en verduidelijkt dat de gemeenteraad de beoordeling moet maken los van de vergunbaarheid van het project of de beoogde weg. Er mag bijvoorbeeld geen toets zijn van de beoogde weg aan artikel 4.4.7 VCRO. Zodra de wegenis niet bestemmingsconform is, zal de gemeenteraad moeten oordelen dat de geïntegreerde procedure niet kan worden toegepast.

Een aanvraag kan omgevingsrechtelijk vergunbaar zijn mits toepassing van bepaalde afwijkingsmogelijkheden maar de omgevingsvergunning kan niet worden verleend omdat er geen toepassing kan worden gemaakt van de geïntegreerde procedure uit artikel 12§2 Gemeentewegendecreet. De reguliere rooilijnplanprocedure is in dat geval wel van toepassing met daarna een indiening van een omgevingsvergunningsaanvraag.

Lopende procedures met de reeds toegepaste geïntegreerde rooilijnprocedure

De minister verduidelijkt dat het risico bestaat dat bij een administratief of jurisdictioneel beroep in deze situatie met een niet-bestemmingsconforme wegenis de kans op een vernietiging van de beslissing niet uit te sluiten is.

Lopende of toekomstige procedures

In deze situaties zal moeten nagegaan worden of voldaan is aan de decretale vereisten. De minister adviseert dat de gemeenteraad dit ook uitdrukkelijk vermeldt in de gemeenteraadsbeslissing.

Besluit

De minister vindt de gevolgen van het arrest voor de praktijk onwenselijk. De strikte interpretatie van artikel 12 §2 Gemeentewegendecreet bemoeilijkt de geïntegreerde rooilijnprocedure en strookt niet met de bedoeling van de decreetgever.

Decretale initiatieven zullen ondernomen worden om het toepassingsgebied van artikel 12 §2 Gemeentewegendecreet te verruimen. De minister verwijst daarvoor naar het Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen, waar is beslist dat de bevoegdheden van de gemeenteraad niet mogen overlappen met de bevoegdheden van de vergunningverlenende overheid in de geïntegreerde rooilijnprocedure.