Op 3 juni 2025 beantwoordde minister van Omgeving Jo Brouns een schriftelijke vraag over het verkoopbaarheidsattest bij gewijzigde verkavelingen. De vraag die rijst gaat over de leemte in de wetgeving hieromtrent.
Verkoopbaarheidsattest bij verkavelingsakte
Een lot gelegen in een verkaveling kan men pas verkopen nadat de notaris een verkavelingsakte verlijdt (artikel 4.2.16 § 1 VCRO). Dat is pas mogelijk na voorlegging van een verkoopbaarheidsattest. In dat verkoopbaarheidsattest verklaart het college van burgemeester en schepenen dat alle opgelegde lasten voor de verkaveling zijn gewaarborgd (artikel 4.2.16 §2 lid 1 VCRO).
Nieuw verkoopbaarheidsattest bij gewijzigde verkavelingsakte?
Een gewijzigde verkaveling verlijdt de notaris ook via een authentieke akte (artikel 5.2.3 VCRO). Echter, hier geldt geen verplichting tot het voorleggen van een verkoopbaarheidsattest tenzij men bijkomende lasten oplegt.
Nochtans, wanneer men bijkomende loten invoert gelden hiervoor ook de lasten uit de oorspronkelijk vergunning. Die lasten werden al gewaarborgd bij het verkavelingsattest voor de verkavelingsakte. Een nieuw attest wordt dus in de praktijk (bijna) niet gevraagd.
In de vraagstelling kaart men de leemte in de wetgeving aan. De vraagsteller polst naar de noodzaak voor een aanpassing van de bestaande wetgeving.
Wijziging huidige regelgeving?
Volgens minister van Omgeving Jo Brouns is er geen noodzaak voor een aanpassing van de bestaande regelgeving. Wanneer men een nieuw verkoopbaarheidsattest wil bekomen levert dit geen problemen op. Hij stelt dat de bevoegde gemeenten zonder problemen ingaan op de aanvragen. Uit de praktijk blijkt dus dat er een manier van werken bestaat die past binnen de huidige regelgeving en die rechtszekerheid biedt.