Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 21 mei 2026 (nr. 2526-0811) over het laattijdig verzoek om een hoorzitting in de bestuurlijke beroepsprocedure.

Tijdens een beroepsprocedure bij de deputatie dient de aanvrager een replieknota in met het verzoek om te worden gehoord. Dit verzoek gebeurt pas op 20 juni 2025, terwijl hij reeds op 17 april 2025 via het Omgevingsloket bericht ontving over het ingestelde beroep.

De deputatie weigert een hoorzitting te organiseren omdat het verzoek laattijdig is ingediend, maar voegt de replieknota wel toe aan het dossier. De aanvrager stelt dat de termijn om een hoorzitting te vragen geen vervaltermijn is en dus niet automatisch leidt tot het verlies van het recht om te worden gehoord.

De Raad voor Vergunningsbetwistingen benadrukt dat een aanvrager binnen 14 dagen na kennisname van het beroep moet vragen om te worden gehoord (art. 87, §2 Omgevingsvergunningsbesluit). Dat is een termijn van orde waaraan geen vervalsanctie is gekoppeld. De deputatie is volgens de Raad niet verplicht om alsnog een hoorzitting te organiseren, aldus de Raad. Daarbij spelen volgens hem 2 elementen een doorslaggevende rol:

  • het verzoek werd meer dan anderhalve maand na kennisname van het beroep ingediend
  • het verzoek kwam kort vóór het verstrijken van de beslissingsdeadline

In die omstandigheden kan de overheid volgens de Raad in redelijkheid beslissen om geen hoorzitting meer te organiseren. De normatieve hoorplicht strekt niet zover dat een overheid een laattijdig verzoek nog altijd moet inwilligen. Bovendien kon de aanvrager zijn standpunt nog toelichten via een replieknota, die effectief in rekening is gebracht.

Schulinck Omgevingsrecht

Meer informatie over de hoorplicht vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.