Elke week lichten de juridische experten van Schulinck Omgevingsrecht een interessant arrest binnen het Vlaamse omgevingsrecht toe. Deze week is dat het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 2 juli 2026 (nr. A-2526-0931) over de vraag wanneer een tweede vergunningsaanvraag kan leiden tot een impliciete verzaking aan een eerder verleende omgevingsvergunning.

De aanvragers verkrijgen van de deputatie een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een woning tot studentenhuisvesting. Een buur stelt hiertegen een vernietigingsberoep in bij de Raad. Tijdens die procedure dienen de aanvragers een tweede vergunningsaanvraag in voor hetzelfde project. Die tweede aanvraag leidt opnieuw tot een omgevingsvergunning.

De buur stelt tijdens de procedure voor de Raad dat de aanvragers met de tweede aanvraag impliciet hebben verzaakt aan de eerste omgevingsvergunning. De aanvragers vermelden in de nieuwe aanvraag uitdrukkelijk dat deze gebeurt uit voorzichtigheid en tot rechtszekerheid. Zij doen geen afstand van de eerder verleende vergunning of de daarmee verbonden rechten.

De Raad herhaalt dat een verzaking aan een vergunning of aanvraag ondubbelzinnig moet vaststaan. Verzaking wordt niet vermoed. Voor de Raad betekent het gegeven dat een aanvrager een tweede, zelfs volledig identieke, vergunning aanvraagt en verkrijgt, geen afstand van de eerste omgevingsvergunning.

Bij een andersluidende verklaring is er evident geen uitdrukkelijke verzaking. Toch oordeelt de Raad dat de aanvrager dan nog impliciet kan verzaken. Dat blijkt als hij een uitvoering geeft aan de tweede omgevingsvergunning die onverenigbaar is met de eerste vergunningsaanvraag.

Schulinck Omgevingsrecht
Meer informatie over de verzaking vind je in Schulinck Omgevingsrecht. Nog geen abonnement? Vraag dan zeker een proefabonnement aan.