In het antwoord op een schriftelijke vraag bevestigt de minister van Omgeving Jo Brouns dat er zowel voor strafrechtelijke als bestuurlijke handhaving het beginsel van vrije bewijsvoering geldt. Dit betekent dat alle relevante en rechtmatig verkregen bewijsmiddelen, waaronder fotografisch materiaal, in principe kunnen worden aangewend.
Betrouwbaar fotografisch materiaal
Toezichthouders kunnen volgens artikel 16 KVH dan ook vaststellingen doen met audiovisuele middelen. De toezichthouder brengt iedereen die aanwezig is bij een onderzoek op de hoogte van de inzet van audiovisuele middelen. Tenzij het toezicht daardoor in het gedrang komt. De kennisgeving gebeurt voorafgaand aan of op het ogenblik van het gebruik van de audiovisuele middelen.
Naast de doeleinden waarvoor zij verzameld zijn, mogen de audiovisuele vaststellingen gebruikt worden voor:
- strafrechtelijke vervolging
- bestuurlijke vervolging
- het opleggen van publieke herstel– en beveiligingsmaatregelen
De minister bevestigt dat toezichthouders fotografisch materiaal frequent gebruiken voor hun vaststellingen voor onder meer bij het opstellen van processen-verbaal. Foto’s zijn dus onder bepaalde voorwaarden een toelaatbaar bewijs. Daarbij is onder meer vereist dat ze voldoende betrouwbaar zijn.
Tegenbewijs
Ook fotografisch bewijs à décharge is mogelijk, al wijst de minister erop dat vaststellingen opgenomen in een proces-verbaal opgesteld door een bevoegde en beëdigde toezichthouder veelal een bijzondere bewijswaarde hebben. Deze vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel en genieten aldus een verhoogde bewijskracht.
Al betekent dit niet dat zij onaantastbaar zijn. De burger beschikt over de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren met alle middelen van recht, waaronder dus fotografisch materiaal.
Er bestaat geen rechtsregel die verhindert dat een burger foto’s gebruikt om een proces-verbaal tegen te spreken. Uiteraard zal dergelijk bewijs veelal worden aangeleverd vanuit het perspectief van de betrokkene, terwijl de toezichthouder geacht wordt objectieve vaststellingen te verrichten.
De toezichthouder moet vanuit de opdracht om mogelijke schendingen op te sporen en vast te stellen, voornamelijk bewijsmateriaal à charge opnemen in het proces-verbaal. Maar dat sluit niet uit dat, na bijkomend onderzoek wordt verricht of bij een onregelmatigheid bij de vaststelling, ook elementen à décharge worden verzameld. Zoals fotografisch materiaal dat een herstel of correcte toestand aantoont.
Bepaalde elementen kunnen een impact hebben op de interpretatie en de bewijswaarde:
- de datum en het tijdstip van de opname
- de mogelijke manipulatie van beelden
- beeldperspectief of vertekening
De uiteindelijke beoordeling van de bewijswaarde behoort tot de bevoegdheid van de rechter of, in voorkomend geval, de bevoegde administratieve instantie.