Op 23 maart 2026 treden een aantal wijzigingen aan het Bodemdecreet in werking. Deze wijzigingen houden rekening met de nieuwste wetenschappelijke inzichten om een blijvend en adequate en doeltreffende bescherming van de bodem te kunnen garanderen.

het gaat over volgende wijzigingen:

1) richtwaarden bodemkwaliteit

De Vlaamse Regering past de richtwaarden voor de bodemkwaliteit aan (artikel 3 §2 Bodemdecreet). Ze voorziet dat men bij de vaststelling ervan rekening kan houden met de uitvoerbaarheid (o.a. wetenschappelijktechnische factoren en socio-economische overwegingen).

2) afwezigheid bodemsaneringsnormen

De Vlaamse Regering voegt toe dat bij vaststelling van nieuwe bodemverontreiniging met verontreinigende stoffen waarvoor de Vlaamse Regering geen bodemsaneringsnormen heeft vastgesteld, het saneringscriterium van artikel 19 §1 en §2 Bodemdecreet van toepassing is (artikel 9 §4 Bodemdecreet).

3) regels en voorwaarden gebruik bodemmaterialen

De Vlaamse Regering kan verder nadere regels en voorwaarden vaststellen voor het gebruik van bodemmaterialen (artikel 138 Bodemdecreet). Door die aanpassingen vindt het Bodemdecreet meer aansluiting bij het zgn. ALARA-principe (‘as low as reasonably achievable’). Dat principe komt reeds (internationaal) in milieuregelgeving in diverse verschijningsvormen terug. Het is ook reeds in het Vlaamse bodembeleid doorvertaald. Zo bijvoorbeeld het BATNEEC-principe bij de doelstelling van de bodemsanering en bij de vaststelling van bodemsaneringsnormen voor zware metalen.

4) ambtshalve monstername OVAM

Voor de vaststelling van de richtwaarden voor bodemkwaliteit krijgt de OVAM de bevoegdheid om ambtshalve monsters van de bodem te nemen (nieuw artikel 158bis Bodemdecreet).

Met deze wijzigingen wilt de Vlaamse Regering het Bodemdecreet naar de toekomst toe verder robuust en uitvoerbaar maken. Zo wilt ze blijvend een adequate en doeltreffende bescherming van de bodem kunnen garanderen. Het bodembeleid krijgt daarbij bescherming tegen een louter theoretische toepassing zonder effect op het terrein. Ook beschermt dit tegen onuitvoerbare eisen (bv. omwille van de technische beperkingen van laboratoria, of technische beperkingen van de ontwikkelde bodemsaneringstechnieken).