Het Hof van Justitie beantwoordt de prejudiciële vraag van de Raad voor Vergunningsbetwistingen over de vrijstelling van de passende beoordeling bij meldingsplichtige projecten. Dit desondanks dat zij ook een significante aantasting van de natuurlijke kenmerken van een SBZ kunnen veroorzaken.
Het Hof van Justitie oordeelt dat projecten niet automatisch vrijgesteld zijn van een passende beoordeling omdat ze volgens de Vlaamse regelgeving alleen meldingsplichtig zijn.
De zaak gaat over een grondwaterwinning met een debiet van maximaal 5.000 m³ per jaar. De grondwaterwinning ligt op ongeveer 425 meter van een speciale beschermingszone met aangrenzende moerasgebieden. De grondwaterwinning valt onder klasse 3 van het Vlarem zodat alleen een meldingsplicht geldt. Artikel 36ter van het Natuurdecreet koppelt de verplichting tot een passende beoordeling echter enkel aan vergunningsplichtige activiteiten.
Volgens het Hof is zo’n algemene uitsluiting niet toegestaan wanneer niet op basis van objectieve gegevens en met zekerheid kan worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft voor een speciale beschermingszone. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met mogelijke cumulatieve gevolgen van andere plannen en projecten. Ook een project van beperkte omvang kan immers aanzienlijke gevolgen hebben voor een kwetsbaar beschermd gebied.