Artikel 27 Toegankelijkheidsverordening legt een minimumaantal toegankelijke en voorbehouden parkeerplaatsen op. Dat geldt ook voor de uitbaters van publieke parkeergarages.

Aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen

Hoeveel aangepaste of voorbehouden parkeerplaatsen er moeten zijn hangt af van het aantal parkeerplaatsen waarover een constructie beschikt:

  • 1 tot 100 eigen parkeerplaatsen: minstens 6% met een minimum van 1 aangepaste parkeerplaats
  • 5 tot 100 eigen parkeerplaatsen: de aangepaste parkeerplaatsen moeten ook verplicht voorbehouden zijn
  • meer dan 100 eigen parkeerplaatsen: per extra schijf van 50 parkeerplaatsen voorzien in 1 extra aangepaste en voorbehouden parkeerplaats

Degressief karakter

Het minimumpercentage heeft een degressief karakter in verhouding tot de totale capaciteit van de parking. Dat betekent dat het relatieve aantal aangepaste en voorbehouden plaatsen daalt naarmate de parking groter wordt. Een grotere parking, met meer bezoekers, biedt bijgevolg procentueel minder toegankelijke plaatsen aan.

Steekproef

Uit een steekproefcontrole blijkt er echter een probleem bij het naleven van deze parkeernorm uit de Toegankelijkheidsverordening. De degressieve norm wordt in de steekproef namelijk niet benaderd. Bij heel wat garages is het aantal aangepaste plaatsen zelfs niet 1 procent, ondanks dat de vraag naar aangepaste parkeerplaatsen groeit.

Voorstel conceptnota

Een nieuwe conceptnota voor nieuwe regelgeving over het aantal aangepaste parkeerplaatsen voor personen met een verminderde mobiliteit of met een handicap gaat evenwel uit van de veronderstelling dat grotere parkings net meer bezoekers aantrekt. Ook personen met een verminderde mobiliteit. De degressiviteit uit artikel 27 Toegankelijkheidsverordening zou voor onzekerheid over het aantal toegankelijke plaatsen zorgen. Een nieuwe standaardbasisnorm geeft daarentegen duidelijk aan hoeveel plaatsen er beschikbaar moeten zijn.

Het voorstel luidt om de degressiviteit van de norm te schrappen alsook de uitzonderingen te verminderen. De schrapping van de degressiviteit zorgt immers voor het vastleggen van een duidelijke basisnorm voor aangepaste plaatsen, met een minimumaantal van één plaats. Het schrappen van uitzonderingsclausules zorgt daarnaast voor het behalen van minimumnorm.